BricQ Motion Essential

Bobslee

Het publiek juicht wanneer de bobsleeën over de bobsleebaan naar beneden zoeven! Hoe onderscheidt de winnaar zich?
Pak je helm en maak je klaar voor een ritje in de bobslee om erachter te komen!

30-45 min.
Gevorderd
Groep 5-7
U2L4.Thumbnail.png

Voorbereiden

  • Bekijk het online materiaal voor leerlingen. Gebruik een scherm of digibord om dit materiaal tijdens de les aan je leerlingen te laten zien.
  • Zorg ervoor dat je in een eerdere les hebt behandeld hoe je voorspellingen kunt doen.
  • Houd rekening met de vaardigheden en achtergrond van je leerlingen. Pas de les aan om ervoor te zorgen dat iedereen eraan mee kan doen. Raadpleeg het gedeelte Differentiatie hieronder voor suggesties.

Activeren

(Hele klas, 5 minuten)

  • Bekijk de leerlingenvideo hier of via het online materiaal voor leerlingen.
U2L4.EngageThumbnail.png
  • Breng een kort gesprek op gang over de krachten die de leerlingen hebben waargenomen tijdens het sleeën of het kijken naar *(bob)*sleeën.
  • Stel vragen als:
    • Welke kracht zorgt ervoor dat de bobslee beweegt? (Duwkracht)
    • Wat zorgt er nog meer voor dat de bobslee beweegt? (Zwaartekracht trekt de massa naar beneden. Hoe groter de massa van een object, hoe sneller het object beweegt. Dit wordt ‘impuls’ genoemd. Impuls zorgt ervoor dat een object dat in beweging is, langer blijft bewegen of het meer kracht geeft. Als je dus massa toevoegt, krijg je een grotere impuls. En daardoor glijdt de bobslee verder.)
  • Vertel de leerlingen dat ze een bobslee en ijsbaan gaan bouwen en vervolgens gaan onderzoeken hoe ze de bobslee verder kunnen laten glijden door massa toe te voegen.

Onderzoeken

(Kleine groepjes, 30 minuten)

  • Laat de leerlingen in tweetallen het bobsleemodel bouwen. Vertel je leerlingen dat ze om de beurt de stenen kunnen zoeken en kunnen bouwen, waarbij ze na iedere stap wisselen.
  • In het gedeelte Tips hieronder vind je extra ondersteuning voor tijdens het bouwen.
  • Laat de groepjes na 20 minuten stoppen met bouwen of wanneer alle groepjes de bobslee en gewichten hebben gebouwd en bij het bouwen van de ijsbaan tot stap 23 op pagina 51 van het instructieboekje zijn gekomen.
  • Laat de leerlingen de ijsbaan testen met de minifiguren in de bobslee. Laat ze de bobslee bij de paarse markering bovenaan de baan zetten en vervolgens loslaten. De groepjes die de ijsbaan en lanceerinstallatie al hebben gebouwd, kunnen aan de hendel draaien om de bobslee te lanceren.
  • Laat ze met een meetlat de afstand meten die de bobslee heeft afgelegd vanaf de onderkant van de baan. Laat ze de afstanden op het leerlingenwerkblad of in hun schrift noteren.
  • Laat de leerlingen de test drie keer uitvoeren om ervoor te zorgen dat alles gelijk verloopt en laat ze de middelste waarde als uiteindelijke gemeten afstand gebruiken. Laat ze een steen naast de meetlat plaatsen om per testronde de afgelegde afstand aan te geven.
  • Als de leerlingen de lanceerinstallatie nog niet hebben gebouwd en er voldoende tijd is, kunnen ze dat nu alsnog doen.

Uitleggen

(Hele klas, 10 minuten)

  • Laat de leerlingen met elkaar in gesprek gaan over wat hen is opgevallen.
  • Stel vragen als:
    • Welke kracht heeft ervoor gezorgd dat de bobslee over de ijsbaan naar beneden gleed? (Zwaartekracht)
    • Welke andere variabele*(n)* kan/kunnen ervoor zorgen dat een bobslee sneller gaat en een grotere afstand aflegt? (Een goede duw aan het begin kan helpen en ook een zwaardere bobslee is een voordeel. Een gladde onderkant en gladde ijsbaan zorgen voor minder wrijving).
  • Laat de leerlingen de minifiguren in één hand vasthouden en de twee verbonden zwarte stenen in de andere hand.
    • Vraag ze wat zwaarder is (i.e. meer massa heeft) en verder zal glijden.
    • Laat de leerlingen een voorspelling doen en deze met een steen aangeven. Voer vervolgens een test uit om erachter te komen of ze gelijk hadden.
  • Laat ze met een meetlat de afgelegde afstand meten en deze in hun grafiek noteren.
  • Laat ze de test met de verzwaarde steen uitvoeren en het resultaat vergelijken met dat van de zwarte stenen.
  • Laat de leerlingen een voorspelling doen en deze met een andere steen aangeven. Voer vervolgens nogmaals een test uit om erachter te komen of ze gelijk hadden.
  • Stel de volgende vraag:
    • Waarin zit het verschil? (Gewicht/massa)
    • Wat is er hetzelfde? (Volume, kleur)
    • Gaat hij verder? (Dat zou wel moeten, maar als de ondergrond niet glad is, ontstaat er meer wrijving en zal hij een kleinere afstand afleggen.)
U2L4.01.png

Uitbreiden

(Hele klas, 5 minuten)

  • Laat de leerlingen hun experimenten aan klasgenoten presenteren en bespreken.
  • Stel vragen als:
    • Heb je patronen herkend in de beweging van de bobslee toen je de massa veranderde? (De zwaarste massa gleed het verst.)
    • Heb je weten te voorspellen wat er daarna ging gebeuren?
  • Geef de leerlingen voldoende tijd om hun modellen uit elkaar te halen, de stenen in de juiste bakken op te bergen en het lokaal op te ruimen.

Evaluatiemogelijkheden

(Gedurende de hele les)

  • Stimuleer ze om tijdens het bouwen de beweging van het model te bestuderen. Stel vragen als:
    • Kun je de handkruk vinden?
    • Wat gebeurt er als je eraan draait?
    • Hoe vaak moet je draaien om de top van de ijsbaan te kantelen?
  • Stel ondersteunende vragen om ze aan te moedigen ‘hardop te denken’. Laat ze uitleggen welke redeneringen ze gevolgd hebben om keuzes te maken tijdens het bouwen van hun modellen.

Observatiechecklist

  • Beoordeel hoe goed de leerlingen het patroon in de beweging van een object kunnen beschrijven en hoe dit patroon kan worden gebruikt om een toekomstige beweging te voorspellen.
  • Maak naar eigen inzicht een schaalverdeling. Voorbeeld:
    1. Heeft extra ondersteuning nodig
    2. Kan zelfstandig werken
    3. Kan het aan anderen uitleggen

Zelfevaluatie

  • Laat alle leerlingen een steen kiezen die volgens hen het best hun prestatie weergeeft:
    • Groen: Met een beetje hulp kan ik een patroon herkennen in de beweging van de bobslee.
    • Blauw: Ik kan een patroon herkennen in de beweging van de bobslee.
    • Paars: Ik kan een patroon herkennen in de beweging van de bobslee en dit patroon gebruiken om toekomstige bewegingen te voorspellen. Bovendien kan ik dit aan een klasgenoot uitleggen.

Feedback met klasgenoten

  • Laat de leerlingen met hun team bespreken hoe ze de samenwerking hebben ervaren.
  • Stimuleer ze om hun ervaringen als volgt te verwoorden:
    • Ik vond het leuk toen je...
    • Ik zou graag willen weten hoe je ...
45401-assessment.png

Tips

Modeltips

  • De leerlingen hebben voor het testen van hun modellen een gladde, vlakke ondergrond van minstens één meter lang nodig. Idealiter moet iedereen de tests op dezelfde ondergrond uitvoeren aangezien de resultaten zullen variëren op verschillende ondergronden, zoals hout, tegels, papier, tapijt, enz.
  • De leerlingen moeten met een stuk tape markeren waar de ijsbaan komt te staan of kunnen een bepaalde plek op de tafel of vloer gebruiken, zodat de ijsbaan bij iedere test op dezelfde plek staat.

Differentiatie

Vereenvoudig deze les door:

  • De leerlingen alleen met de bobslee en de verzwaarde steen te laten werken (i.e. ga niet verder dan stap 23 op pagina 51)

Verhoog de moeilijkheidsgraad door:

  • De leerlingen zelf iets te laten bouwen waardoor de bobslee een grotere afstand zal afleggen (d.w.z. een zwaardere bobslee, iets om wrijving te verminderen [zoals wielen], een hogere bobsleebaan of iets dat de bobslee bovenaan een duw geeft)
  • De leerlingen uit te dagen een mechanisme te ontwerpen en te bouwen dat de bobslee bovenaan de bobsleebaan een duw geeft
    • In bobsleewedstrijden optimaliseren de winnaars hun massa en duwen ze de bobslee bovenaan de baan zo hard en snel mogelijk. Nadat de leerlingen meer te weten zijn gekomen over massa, kunnen ze iets maken dat hun bobslee een harde duw geeft, waardoor deze een grotere afstand aflegt.

Uitbreidingen

(Let op: dit neemt extra tijd in beslag.)
Laat de leerlingen voor de ontwikkeling van hun rekenvaardigheid de verschillende bobsleeën wegen. Laat ze een grafiek maken met op de verticale as het gewicht van de verschillende bobsleeën en op de horizontale as de afstand die de bobsleeën hebben afgelegd. Laat ze iedere test vijf keer uitvoeren en de resultaten met een stip in de grafiek noteren. Breng een discussie op gang over de verschillen die hun zijn opgevallen en de verhouding tussen het gewicht en de afgelegde afstand.

PO KD 33

Ondersteuning voor de leraar

De leerlingen:

  • Ontdekken hoe zwaartekracht de beweging van een bobslee met een bepaalde massa beïnvloedt
  • Nemen een patroon waar en doen voorspellingen
  • Komen erachter wat het verschil is tussen massa en volume
  • LEGO® Education BricQ Motion Essential set (één set per twee leerlingen)
  • Afplaktape
  • Meetlatten (één per groep)

W&T, 21e eeuwse vaardigheden en kerndoelen

  • Leerlingen ontwikkelen kennis en inzicht over onderwerpen uit hun leefwereld (W&T; PO KD 42, 45);
  • De leerlingen ontwikkelen een nieuwsgierige, exploratieve houding (W&T);
  • De leerlingen leren onderzoeken en ontwerpen (W&T; PO KD 42, 44, 45);
  • Leerlingen leren hierbij gebruik maken van vakoverstijgende vaardigheden zoals reflecteren en samenwerken (21e eeuwse vaardigheden), taalvaardigheden (PO KD 1, 2, 3) en reken/wiskunde-vaardigheden. (PO KD 23, 32, 33).

Materiaal voor de leerlingen

Leerlingenwerkblad

Download, bekijk of deel als online HTML-pagina of als een afdrukbare pdf.

LEGO, the LEGO logo, the Minifigure, DUPLO, the SPIKE logo, MINDSTORMS and the MINDSTORMS logo are trademarks and/or copyrights of the LEGO Group. ©2020 The LEGO Group. All rights reserved. Use of this site signifies your agreement to the terms of use.